Willem Nieland Design Nieuws Contact Home
Pilot SailExplorer 16

De romp heeft een flinke zeeg en gemiddeld een voldoende hoog vrijboord  voor met name een flinke omvangs-stabiliteit, dit mede geholpen door het kloeke dekhuis. Daarnaast natuurlijk onderdeks ruimte en niet snel het gangboord onder water te varen. De breedte is gematigd maar op dekhoogte is de breedte wel meer over het gehele schip verdeeld, dit door met veel meer flare als gebruikelijk in het voor en achterschip te werken. Dit komt weer ten goede aan extra stabiliteit, volume onder- , maar  vooral op dek voor een breed dekhuis  en kuip, plus een minimum aan buiswater. De romp is betrekkelijk ondiep zodat enerzijds de uittrede achter voldoende vlak is voor hogere snelheden bij flink wind van achteren (of op de motor),maar ook is de romp niet dieper als noodzakelijk om zoveel mogelijk kielspanwijdte/hoogte te kunnen verkrijgen. Hierbij komt dat de romp nu een mooie vlakke eindplaat is voor de bovenzijde van de kiel. Met een maximaal 16m. lange waterlijn voor een hieruit vloeiende scherpere entree voorin t.b.v. van minder weerstand, hoge rompsnelheid, meer langstabiliteit en minder stamp-bewegingen bij aan de wind varen. Op dit laatste punt dragen ook de moderne U vormige spanten bij in het voorschip. Gegeven het uitgangspunt van de gewenste (box) afmetingen ligt het accent in het gehele concept wel op extra snelheid (vooral bij meer wind) en vaarcomfort op de gebruikelijke trade-routes; dus meer rechtop met wind van achteren (ook zeer adequaat te motorzeilen) Aan de wind is er een goed te accepteren penalty door grotere luchtweerstand van dekhuis en tuig. Om dit te compenseren is het tuig niet zwaarder als noodzakelijk en is de liftkiel voorzien van een flinke torpedovormige bulb om het zwaartepunt laag te houden. Ook is met de plaatsing van variabele gewichten(tanks) en vaste gewichten (accu’s en proviand) zo zorgvuldig mogelijk omgegaan teneinde dit rond het drukkingspunt te concentreren.  Het schip is ontworpen voor een minder vermoeidheid veroorzakende kleine hellingshoek, dit bewerkstelligd door een  tuigplan met lage grootzeilen, die zeer uitgebouwd zijn met brede toppen en moderne rompvorm met de grootste breedte goed achter het midden.  De dubbele spade-vormige aangehangen roerbladen met dikke koningen zijn geplaatst in de meest gunstige hoek op de meest gunstige plaats teneinde met zo min mogelijk weerstand zoveel mogelijk functioneel te laten zijn. Dit overigens wel bij de gegeven roerafmetingen, die er voor zorg dragen dat ze niet onder een opgetrokken kiel uitsteken. Het schip kan in de meeste omstandigheden goed droogvallen, hierbij beschermd de lange torpedo het scheepsvlak. De boot kan met minimale diepgang een rivier opstomen om een baai te verlaten, waarover een heftige storm verwacht wordt.

Het tuig is gebaseerd op minder reven en meer wegnemen van een zeil. Uitgangspunt is in principe geen zeilen onderdek en een stormzeil (stagfok aan de steven) verweven in het zeilplan. Eenvoud, uitwisselbaarheid (grootzeilen)vervangbaarheid en handelbaarheid zijn in die gedachte  verweven. De grootzeilen zijn beide 50.5 m2 groot, zo gehesen, zo gestreken. De voorste is ook alleen maar voorzien van 1 rif met een doorlopende lijn, de achterste is wel dubbel gereefd, maar simpel met inhaken; het zeil is tenslotte direct naast de roerganger. Op beide zeilen is een slijtpad ingenaaid met aramide om doorslijten op de zalingen te voorkomen. De kleine yankee op de boegspriet is nauwelijks overlappend, maar wel groot genoeg voor extra drive aan de wind als het schip zwaar beladen is voor een lange reis.

Wellicht betrekkelijk complex overkomend, is er  gebruik van kosteneffectieve componenten voor veel kleinere schepen. Vervangen of reparatie zal later ook minder kostbaar zijn en componenten zijn wellicht beter verkrijgbaar onderweg. Ook is het tuig onder alle mogelijke omstandigheden beter aan te passen voor het  op koers houden, zowel bij zwaar weer als slingertuig bij motorvaart en als middel tegen gieren bij het voor anker liggen. De boegspriet is eenvoudig op spanning te brengen en terug te nemen. De (ruim boven de steiger) uitstekende giek van de achtermast dient als laadboom voor aan boord brengen van de  dingy, uitrusting en proviand, maar ook drenkelingen.

Het dekplan laat een dek zien met verschillende niveaus. Het verlaagde achterdek kan dwars een flinke dingy herbergen, maar ook (dek)stoelen of zitzakken voor onder helling. Luiken geven toegang tot berging eronder voor fietsen en dergelijke. De volledig rechte spiegel heeft een grote klep als bij een roll on/roll off en vormt een zwemplatform, die het schip makkelijk toegangbaar maakt. Op de hoger gelegen cockpit is het uitzicht over het gehele schip nog beter. Hooggelegen en toch voldoende beschut tegen de elementen heeft men een goede voetsteun aan het opbouwtje die strahoogte verschaft aan het zeeappartement. Achter en naast het stuurwiel kan men zitten, staand erachter kijkt men over het dekhuis heen. Een kleine buiskap hoeft niet te misstaan op deze plaats. Dat hier veel buiswater komt is overigens onder de meeste omstandigheden niet te verwachten. Een consequentie van het tuig is dat de giek zich wel op hoofdhoogte bevindt, echter bevindt men zich wel aan het begin van de giek en niet aan het einde, waar de snelheid bij overkomen zeer veel sneller is (en daar is het dek lager).

Gangboorden zijn niet te breed vanwege de noodzaak van ruimte in het dekhuis, relinghoogte is minimaal 825mm. Vanaf het piekschot kan het voordek verlaagt, zodat er een verschansing ontstaat met nog eens extra relinghoogte.

Het gehele concept draagt op zoveel mogelijk uitzicht en bewegingruimte en comfort op dekhoogte. Het dekhuis heeft de grootste afmeting, die esthetisch verantwoord is. Korter zou iets sportiever ogen, maar een volledige brug met 360 graden uitzicht en kantoorfunctie onmogelijk maken. Zes man kunnen midscheeps met volledig uitzicht aan de grote tafel eten. De tafel die een groot lcd scherm herbergt en de top vormt van de liftkiel. Door de hooggelegen zitpositie is er dus geen tweedeling van het interieur door een grote kast; eigenlijk niemand zal vermoeden dat het schip een liftkieler is. Aan de tafel kunnen extra stoelen aangeschoven worden voor grote gezelschappen. Er is een goed lopende routing door dit zeer ruimtelijk verblijf, die ondanks de breedte veilig houvast biedt. Langs de balustrade, geplaatst tussen kielkastzijde en lager gelegen keuken bereikt men de brug/binnenstuurpositie. Direct bij binnenkomen is er een mogelijkheid voor kleine houtkachel. In de hoek ernaast is een teak dekligstoel wegneembaar gemonteerd en is er plaats voor een grote plantenbak en boekenkast. Tussen witte panelen zijn strakke meubels in ongelakt teak uitgevoerd met massieve grijplijsten. Het geheel kan schoongehouden worden met een biotex sopje. De tafel is overigens wel voorzien van een toplaag. De stoffering is uitgevoerd in vrolijke lichte (pastel) kleur en alle fournituren zijn uitgevoerd in geschuurd rvs. Zware dekbalkenj ondersteunen het roefdak dat gedeeltelijk bestaat uit rookkleurig lexan om ook maar niets te missen buiten. Onder helling kijkt men namelijk niet naar lij door de ramen, maar vaker door het plafond, leerde de ervaring met de 12 meter versie. De zeilstand kan zeer nauwlettend in de gaten gehouden worden. Aan de buitenzijde is doek aan te brengen in de vorm van een rolgordijn die de warmte buiten houdt.

Als we deze tuinkamer verlaten komen we in het zeeappartement, gelegen onder de topcockpit. Het draagt de naam omdat dit de plaats is waar op zee de wacht wordt doorgebracht.  Direct aan weerszijden van de centreline zijn twee zee(vaste)kooien, die anderzijds in de haven de zithoek vormt van gasten of bemanning; Geslapen wordt dan namelijk op een dubbele kooi onder het dekhuis. Met kleine badkamer en mini aanrechtje, waarop zich ook een bankschroef bevindt, is dit met eigen neergang volledig zelfstandig voor de nodige privacy. Zij heeft door een kleine opbouw midscheeps en holle kuipbanken op vrijwel alle plaatsen volledig stahoogte.

De kombuis is 900mm onder het niveau van de stuurhuisvloer, maar baadt nog steeds in het licht. Er is volledig contact met een ieder op het eerder genoemde dekhuisniveau en men staat zeer zeevast. Een hoge domestic vies/koelkast tegen de centreline verschaft boven nog een extra zitje. Grote laden blokken en vuilberging bevinden zich onder de eerder genoemde route langs de grote tafel boven. Doordat er een balustrade opstaat ontgaat het je dat dit eigenlijk ook als een extra keukenblad gezien kan worden. Overigens zonder de trap te moeten beklimmen kan men eetboorden vanuit de keuken nog net reikend op de tafel boven zetten.

Voorin bevindt zich een zeer ruime eigenarenhut met veel leg- en hangkasten plus zitje. Naast het franse bed, dus met de hoofden tegen het piekschot gelegen, zijn nachtkastjes met schemerlampen.

De machinekamer bevindt zich direct achter de kielkast. Het gewicht van motor en accu’s liggen zodoende diep en de schroefaslijn  ligt mooi horizontaal en heeft flinke lengte, zodat de schroef bij droogvallen netjes vrij blijft van grondberoering. Door de lange torpedobulb die de romp vrij houd bij droogvallen, ook op  een scheepsstelling , kan antifouiling onderweg simpel aangebracht worden.

16.00x4.50 MOULDED INSIDE x 1.00-2.65. displ. 20. ton first calc.) Pilot Sailexplorer

We lopen virtueel langs haar op de kade of steiger en vervolgen onze weg over en door het schip. Aan onderstaande tekst zijn geen garantie's te verlenen, het helpt wel de gedachten gang te kunnen volgen.

Mogelijkerwijs zullen de eerste woorden zijn die mensen gebruiken ter beschrijving; kloek, opdat het groter lijkt als het feitelijk is en fier/trots...stoer. Bijna extreem doelmatig/functioneel en karaktervol. Het zal lijken of het DNA bezit van een B.O.C. racer, bedrijfsvaartuig, expeditieschip, gewoon een modern jacht en fregat uit de negentiende eeuw.